Onderzoek door recherche na de roof.

De Kunsthal

Museumpark, Westzeedijk 341,
3015 AA Rotterdam

In de nacht van 16 oktober 2012 vond in de Kunsthal Rotterdam een van de meest spectaculaire kunstdiefstallen van de 21e eeuw plaats. Binnen nog geen drie minuten verdwenen zeven wereldberoemde schilderijen van onder andere Pablo Picasso, Claude Monet, Henri Matisse en Paul Gauguin uit het museum.

De werken maakten deel uit van de tentoonstelling Avant-Gardes, waarin topstukken uit de privécollectie van de Triton Foundation werden getoond ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van de Kunsthal. 

De tentoonstelling Avant-Gardes

De gestolen schilderijen maakten deel uit van de tentoonstelling Avant-Gardes: The Triton Foundation Collection. Deze tentoonstelling bracht meer dan 150 meesterwerken bijeen uit de privécollectie van de Nederlandse verzamelaar Willem Cordia en de Triton Foundation.

De tentoonstelling gaf een overzicht van de ontwikkeling van de moderne kunst tussen het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw. Bezoekers konden werken bewonderen van kunstenaars als Pablo Picasso, Claude Monet, Henri Matisse, Paul Gauguin, Vincent van Gogh, Piet Mondriaan en Salvador Dalí.

Juist doordat zoveel topstukken tijdelijk op één locatie bijeen waren gebracht, was de tentoonstelling bijzonder aantrekkelijk voor kunstliefhebbers. Achteraf bleek dit ook een belangrijke reden waarom criminelen hun oog op de Kunsthal hadden laten vallen.

De Geroofde Meesterwerken

De roof uit de Kunsthal Rotterdam was zo ingrijpend omdat niet zomaar zeven schilderijen werden gestolen. Elk werk vertegenwoordigde een belangrijk moment in de ontwikkeling van de moderne kunst. Samen vormden ze een reis door verschillende kunststromingen, van het impressionisme tot de moderne figuratieve kunst.

Pablo Picasso – Tête d'Arlequin (1971)

Tête d'Arlequin is een van de laatste schilderijen die Pablo Picasso maakte. De harlekijn was een figuur die gedurende zijn hele carrière regelmatig terugkeerde in zijn werk. Hij symboliseerde voor Picasso vaak de kunstenaar zelf: iemand die verschillende rollen speelt en voortdurend verandert.

Hoewel het schilderij uit zijn late periode stamt, zijn de krachtige kleuren en de vrije penseelstreken nog altijd duidelijk herkenbaar. Het werk laat zien dat Picasso ook op hoge leeftijd bleef experimenteren met vorm en expressie. Juist omdat het een laat werk van een van de invloedrijkste kunstenaars uit de kunstgeschiedenis is, betekent het verdwijnen ervan een groot verlies.

Claude Monet – Waterloo Bridge, London (1901)

Aan het begin van de twintigste eeuw schilderde Claude Monet tientallen gezichten op de rivier de Theems in Londen. Hij was gefascineerd door de mist, het veranderende zonlicht en de manier waarop gebouwen en bruggen telkens een andere sfeer kregen.

Waterloo Bridge behoort tot deze beroemde serie. Niet de brug zelf staat centraal, maar het spel van licht en kleur. Daarmee is het schilderij een prachtig voorbeeld van het impressionisme, waarin de vluchtige indruk van een moment belangrijker is dan een gedetailleerde weergave van de werkelijkheid.

Claude Monet – Charing Cross Bridge, London (1901)

Ook Charing Cross Bridge maakt deel uit van Monets Londense serie. Hoewel het onderwerp bijna hetzelfde lijkt, is de sfeer totaal anders. Monet schilderde dezelfde brug onder verschillende weersomstandigheden en op verschillende tijdstippen van de dag.

Deze werkwijze laat zien hoe vernieuwend hij was. In plaats van één perfecte voorstelling wilde hij juist laten zien hoe voortdurend veranderend licht een landschap kan beïnvloeden. De serie geldt tegenwoordig als een hoogtepunt binnen het impressionisme en heeft grote invloed gehad op latere kunstenaars.

Henri Matisse – La Liseuse en Blanc et Jaune (1919)

In dit schilderij toont Henri Matisse een vrouw die verdiept is in een boek. Rust, eenvoud en harmonie staan centraal. Toch is het vooral het kleurgebruik dat het schilderij bijzonder maakt.

Matisse gebruikte heldere kleuren niet om de werkelijkheid na te bootsen, maar om een bepaalde sfeer op te roepen. Daarmee werd hij een van de belangrijkste vernieuwers van de twintigste eeuw. La Liseuse en Blanc et Jaune laat zien hoe hij met eenvoudige vormen en zorgvuldig gekozen kleuren een gevoel van evenwicht wist te creëren.

Paul Gauguin – Femme devant une fenêtre ouverte, dite la Fiancée (1888)

Dit schilderij ontstond in een periode waarin Paul Gauguin steeds verder afstand nam van het impressionisme. Hij zocht naar een persoonlijke stijl waarin kleur, vorm en symboliek belangrijker waren dan een natuurgetrouwe voorstelling.

Het werk werd geschilderd in Bretagne, waar Gauguin veel inspiratie vond. De vereenvoudigde vormen en de krachtige kleurvlakken vormen een belangrijke stap richting het symbolisme en zouden later grote invloed hebben op kunstenaars als Henri Matisse en Pablo Picasso.

Meyer de Haan – Autoportrait (ca. 1889–1891)

Meyer de Haan is veel minder bekend dan de andere kunstenaars uit deze lijst, maar zijn betekenis voor de kunstgeschiedenis is groter dan vaak wordt gedacht. De Nederlandse schilder werkte nauw samen met Paul Gauguin in Bretagne en maakte deel uit van de kunstenaarskolonie in Le Pouldu.

Zijn zelfportret geeft een zeldzaam beeld van een kunstenaar die een rol speelde in de ontwikkeling van het postimpressionisme. Omdat er relatief weinig schilderijen van De Haan bewaard zijn gebleven, is het verlies van dit werk extra groot.

Lucian Freud – Woman with Eyes Closed (2002)

Het jongste schilderij van de gestolen collectie was Woman with Eyes Closed van Lucian Freud. Freud stond bekend om zijn eerlijke en indringende portretten, waarin hij mensen zonder enige vorm van idealisering schilderde.

Met dikke lagen verf en een uitzonderlijk oog voor details wist hij de kwetsbaarheid van zijn modellen zichtbaar te maken. Juist daardoor wordt hij beschouwd als een van de belangrijkste figuratieve schilders van de twintigste eeuw.

Het verdwijnen van dit schilderij laat zien dat de roof niet alleen historische meesterwerken trof, maar ook relatief recente kunst die een belangrijke plaats inneemt binnen de moderne schilderkunst.

 

Een onschatbaar verlies

De zeven schilderijen vertegenwoordigen samen meer dan een eeuw kunstgeschiedenis. Van het impressionisme van Monet via het postimpressionisme van Gauguin en de kleurrijke vernieuwingen van Matisse tot de moderne kunst van Picasso en Lucian Freud: iedere kunstenaar heeft een blijvende invloed gehad op de ontwikkeling van de schilderkunst.

Mocht blijken dat de schilderijen daadwerkelijk zijn vernietigd, dan is niet alleen een verzameling kostbare kunstwerken verloren gegaan, maar ook een uniek stukje cultureel erfgoed dat nooit meer kan worden vervangen. Juist dat maakt de roof uit de Kunsthal Rotterdam tot een van de meest tragische kunstroven uit de moderne geschiedenis.

De voorbereiding

Later onderzoek wees uit dat de daders de Kunsthal zorgvuldig hadden verkend. Ze wisten precies waar de belangrijkste schilderijen hingen en welke route ze moesten volgen.
In de vroege ochtend reden de dieven naar het museum. Via een nooddeur aan de achterzijde kregen zij toegang tot het gebouw. Zodra zij binnen waren, liepen zij rechtstreeks naar de zaal waar de kostbare werken hingen.
Het alarm ging vrijwel direct af. Toch waren de daders alweer verdwenen voordat de politie arriveerde.
Van het moment waarop de eerste dief naar binnen ging tot het moment waarop de laatste het gebouw verliet verstreken slechts ongeveer twee minuten en vijftig seconden. Daarmee behoort deze roof tot de snelste museumroven ooit.

Waarom juist deze schilderijen?

Kunstexperts vermoeden dat de dieven niet zozeer kennis van kunst hadden, maar vooraf een lijst hadden gekregen van de meest waardevolle werken.
Op de legale kunstmarkt vertegenwoordigen deze schilderijen gezamenlijk een waarde van vele tientallen miljoenen euro's. Sommige schattingen liepen zelfs op tot meer dan 100 miljoen euro. Maar juist doordat de werken wereldwijd bekend zijn, zijn ze vrijwel onmogelijk openbaar te verkopen.
Dat maakt beroemde kunstwerken voor criminelen paradoxaal genoeg vaak waardeloos. Ze kunnen hooguit dienen als onderpand binnen het criminele circuit of als ruilmiddel voor andere illegale transacties.

Het politieonderzoek

De beveiligingscamera's legden de gehele inbraak vast. Hoewel de gezichten nauwelijks herkenbaar waren, gaven de beelden onderzoekers belangrijke aanwijzingen.
Enkele maanden later leidde internationaal onderzoek naar een groep jonge Roemeense criminelen. Meerdere verdachten werden gearresteerd, waaronder Radu Dogaru, Eugen Darie en Adrian Procop.
Tijdens de rechtszaak bekenden verschillende verdachten hun betrokkenheid. De rechtbank in Roemenië veroordeelde hen uiteindelijk tot gevangenisstraffen. Daarnaast werden zij aansprakelijk gesteld voor miljoenen euro's schade.

Een internationaal onderzoek

Vrijwel direct na de roof werd duidelijk dat de daders Nederland al hadden verlaten. Daardoor groeide het onderzoek uit tot een internationale operatie waarbij de Nederlandse politie intensief samenwerkte met de Roemeense autoriteiten, Europol en verschillende andere Europese opsporingsdiensten.
Telefoongegevens, camerabeelden, kentekenregistraties en afgeluisterde gesprekken brachten de onderzoekers uiteindelijk op het spoor van een criminele groep uit Roemenië. Tijdens huiszoekingen werden echter geen schilderijen aangetroffen. Ondanks de veroordeling van de verdachten bleef het belangrijkste doel van het onderzoek – het terugvinden van de kunstwerken – daardoor buiten bereik.
De zaak laat zien hoe ingewikkeld kunstcriminaliteit kan zijn. Zodra gestolen kunst de landsgrenzen overgaat, zijn internationale samenwerking en langdurig onderzoek vaak noodzakelijk om daders op te sporen.

Zijn de schilderijen verbrand?

Het meest dramatische hoofdstuk uit deze zaak begon tijdens het onderzoek in Roemenië.

De moeder van hoofdverdachte Radu Dogaru verklaarde aanvankelijk dat zij de schilderijen had opgegraven uit angst dat de politie ze zou vinden. Volgens haar had zij de werken vervolgens in haar houtkachel verbrand om bewijsmateriaal te vernietigen.
Forensisch onderzoek vond resten van oude verf, doek en spijkers in de as. Wetenschappers konden echter nooit onomstotelijk vaststellen dat deze daadwerkelijk afkomstig waren van de gestolen meesterwerken.
Later trok de vrouw haar verklaring weer in.

Daardoor weet niemand tot op de dag van vandaag wat er werkelijk met de schilderijen is gebeurd. Mogelijk zijn ze vernietigd, maar het is ook mogelijk dat ze ergens verborgen liggen in een privécollectie of in het criminele circuit circuleren.

Een mysterieuze Picasso

In 2018 leek de zaak plotseling een spectaculaire wending te krijgen.
Bij de Nederlandse ambassade in Roemenië werd een schilderij aangeboden dat mogelijk Tête d'Arlequin van Picasso zou zijn. Het werk was anoniem gevonden nadat een tip was ontvangen.
Na uitgebreid onderzoek bleek het echter om een zorgvuldig opgezette publiciteitsstunt voor een theaterproductie te gaan. Het echte schilderij bleef spoorloos.

Gevolgen voor museumbeveiliging

De roof leidde wereldwijd tot een discussie over de beveiliging van musea.

Hoewel de Kunsthal beschikte over moderne alarmsystemen, bleek dat een goed voorbereide groep dieven binnen enkele minuten kon toeslaan voordat de politie arriveerde.

Na deze gebeurtenis investeerden veel musea in snellere alarmopvolging, betere camera's, aanvullende toegangsbeveiliging en strengere risicoanalyses bij tijdelijke tentoonstellingen met topstukken.

De schilderijen:

Nog altijd een van de grootste mysteries

Nu jaren later zijn de zeven schilderijen nog steeds niet teruggevonden.
Of zij daadwerkelijk zijn verbrand, ergens verborgen liggen of ooit opnieuw zullen opduiken, weet niemand.
Daardoor blijft de roof uit de Kunsthal Rotterdam een van de grootste onopgeloste mysteries uit de geschiedenis van de internationale kunstcriminaliteit en een pijnlijke herinnering aan hoe kwetsbaar zelfs de beroemdste meesterwerken kunnen zijn.